Over dit onderzoek

       
 

 

Waarom dit onderzoek?

Iedereen is links- of rechtshandig en enkelen van ons hebben helemaal geen handvoorkeur. Die gebruiken zowel hun linker- als rechterhand. Wat zegt dat over onze hersenen? Onze hersenen bestaan uit twee helften met een verschillende taakverdeling. De linker helft controleert het rechter gedeelte van het lichaam en de rechterhelft het linker gedeelte. Taal is bij de meeste mensen dominant in de linker hersenenhelft, en ruimtelijke oriëntatie in de rechter. Dit wordt lateralisatie genoemd. Zo wordt linkshandigheid gezien als betere controle vanuit de rechter hersenhelft, en rechtshandigheid als betere controle vanuit de linker hersenhelft.

Mensen zijn hier heel verschillend in, maar we snappen niet goed waarom deze verschillen bestaan. Waarom is de helft van ons niet linkshandig? Of waarom zijn we niet allemaal links- of rechtshandig? Is deze variatie op één of andere manier nodig? Hebben linkshandigen voordelen die opwegen tegen de nadelen? En waarom is de mens hierin zo bijzonder en verschilt ze hierin van de mensapen? Zijn mensen ook werkelijk vaardiger met hun voorkeurshand? Moeten we in onderzoek bij mensen en in de gezondheidszorg beter rekening houden met wie links- of rechtshandig is? Allemaal vragen waar we op basis van je deelname een beter antwoord op hopen te krijgen. Daarom staat dit thema centraal op het Weekend van de Wetenschap en hopen we samen voldoende gegevens te verzamelen. 

Het onderzoek

Tussen oktober 2014 en mei 2015 hebben in het kader van het Weekend van de Wetenschap meer dan 30.000 mensen aan een uitgebreide online enquête deelgenomen. Daarin vroegen we de deelnemers uitvoerig naar hun handvoorkeur en andere aspecten van hun gedrag. Er is eerst gevraagd naar de eigen inschatting van de deelnemer van zijn/haar sterkte en richting van de handvoorkeur, artistieke en probleemoplossende creativiteit, algehele gezondheid en opvliegendheid. Daarna zijn over elk van deze aspecten specifieke vragen gesteld welke een meer objectief beeld kan geven van deze persoonseigenschappen (gestandaardiseerde vragenlijsten). Overige vragen betroffen onder meer leeftijd, sekse, handvoorkeur van de ouders, aantal kinderen, te vroege geboorte, en dyslexie. Tevens was er de mogelijkheid een korte reactie te geven waar ongeveer 5000 deelnemers gebruik van maakten.

 

 
       
  rug red wiezijnwij 1 FEM1 overditonderzoek 1 uitkomsten1 uitdemedia 2
 © University of Groningen 2015