Een wetenschappelijke theorie over het voorkomen van linkshandigheid stelt dat linkshandigheid een voordeel is in gevechten doordat het een verassingseffect heeft: immers, de overgrote meerderheid is rechtshandig en verwacht dus te sporten of te vechten met een rechtshandige. Hierdoor zouden linkshandigen meer gevechten winnen. Echter, dit zou niet alleen te maken kunnen hebben met een "verrassingseffect" maar ook met een verhoogde strijdvaardigheid onder linkshandigen.

Wij vroegen de deelnemers om hun opvliegendheid in te schatten op een schaal van 'niet opvliegend' (0) tot 'zeer opvliegend' (100). Ook vroegen wij naar hun reactie in bepaalde, strijdlust opwekkende scenario's en naar hun betrokkenheid in gevechten.

Er is geen verschil tussen hoe opvliegend links- en rechtshandigen zichzelf vinden. Ook verschillen ze niet in betrokkenheid in gevechten of verbaal geweld. In de grafiek is te zien dat het de mensen met een zwakke of geen handvoorkeur zijn die daar iets meer in betrokken zijn geweest. Een vergelijkbaar patroon is te zien bij de analyse van de betrokkenheid bij gevechten. Deze vragen waren gespecificeerd voor een periode van afgelopen 10 jaar, in de kindertijd en voor verbale gevechten (schelden, ruzie maken met woorden).

 

   gevechten3  
  Elke balk geeft de gemiddelde betrokkenheid bij gevechten in de afgelopen 10 jaar aan. Het streepje in het midden van deze balk toont de variatie/spreiding rond dit gemiddelde. De stippellijn ligt op het gemiddelde van alle vijf groepen samen.  

 

Conclusie

Verschillen op het gebied van opvliegendheid tussen rechts- en linkshandigen lijken niet te bestaan, maar mensen met een zwakke of geen handvoorkeur lijken iets opvliegender te zijn. Waarom dit zo is en of juist deze mensen vaker gevechten winnen (bijv. omdat ze beide handen evengoed kunnen gebruiken, i.t.t. links- of rechtshandigen) moet uit verder onderzoek blijken.