Handvoorkeur heeft een richting en een sterkte. Richting betreft het fenomeen of je vooral links- of rechtshandig bent. Sterkte betreft hoe sterk deze voorkeur is ongeacht de richting. Er zijn bijvoorbeeld mensen die weliswaar de meeste dingen met één hand doen maar voor een flink aantal acties juist altijd de andere hand gebruiken. Van deze mensen zeggen we dat ze een "zwakke handvoorkeur" hebben. In het geval van mensen waarbij het niet uitmaakt wat ze met welke hand doen of die beide handen evenveel gebruiken, de ene voor het één en de andere voor het andere, spreken we van "geen handvoorkeur". Handvoorkeur kan je dus bekijken vanuit "richting" (links vs. rechts) en "sterkte" (sterk, zwak of geen voorkeur). Wij bespreken beide aspecten.

De verschillen die we vinden zijn klein: meestal minder dan 2%; en kleiner dan de verschillen die we vinden tussen man en vrouw. Alle resultaten zijn gecorrigeerd voor effecten van leeftijd en sekse.

Kleine verschillen kunnen wel betekenis hebben vanwege twee redenen: ten eerste voor het proces van evolutie: dat heeft maar kleine verschillen nodig om over vele generaties toch te selecteren op bepaalde eigenschappen die gekoppeld zijn aan die kleine verschillen. Ten tweede kunnen de verschillen in werkelijkheid groter zijn maar kleiner lijken door onnauwkeurige metingen of door het feit dat er allerlei andere factoren zijn die ook invloed hebben op de meting en die we niet onder controle hadden zodat zij een hoop variatie genereren.

Interessant is verder wat zulke kleine verschillen betekenen in het dagelijks leven. De groepsverschillen tussen links- en rechtshandigen zijn kleiner dan bijvoorbeeld de verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om creativiteit, gezondheid en agressiviteit, en daar kunnen we prima mee omgaan. Individuele verschillen zijn nog veel groter. Enkele interessante quotes over individuele voor- en nadelen van linkshandigheid vind je onder 'overige uitkomsten'.